De kaartjes
Kies iemand met een tik op de foto op een kaartje, ook het slachtoffer. Tik dan op een vakje om die neer te zetten, of sleep de foto erheen. De rij en de kolom worden dan voor je weggestreept. Vasthouden, of het potlood aanzetten, maakt een notitie. Toetsenbord: Enter zet neer, Shift en Enter maakt een notitie.
- IsaGekozen
Zij was alleen.
- Noor
Zij was de enige die op een vloerkleed stond.
Zij was verder naar beneden dan Finn.
- Lotte
Zij was in de kolom helemaal links.
Zij was niet naast het raam, de springkast of een krat.
- Finn
Hij was in een hoek van de douches.
- Daan
Hij was in de kleedkamer, naast de kapstok.
- Mila
Zij was in de douches.
- de gymleraar
Het slachtoffer. Hij lag op het laatste vakje dat overblijft, in dezelfde kamer als de dader.
Goed om te weten
- Naast: op een van de vier vakjes direct boven, onder, links of rechts, in dezelfde kamer. Schuin telt niet, en door een muur heen ook niet. Een raam of deur in de muur van je vakje staat naast je.
- Verder naar boven dan iemand: in een hogere rij, in welke kolom dan ook. Net zo voor naar beneden, naar links en naar rechts.
- Alleen: verder niemand in dezelfde kamer, ook het slachtoffer niet. Alleen met iemand: die twee, en verder niemand in die kamer.
- In een hoek: op een vakje van die kamer waar twee muren van de kamer elkaar raken. Het uiteinde van een smalle gang telt ook.
- De enige op een stoel (of bank, bed, kleed): verder staat of zit niemand op zo’n plek, in geen enkele kamer.
Zet eerst iedereen neer, ook het slachtoffer.