De kaartjes
Kies iemand met een tik op de foto op een kaartje, ook het slachtoffer. Tik dan op een vakje om die neer te zetten, of sleep de foto erheen. De rij en de kolom worden dan voor je weggestreept. Vasthouden, of het potlood aanzetten, maakt een notitie. Toetsenbord: Enter zet neer, Shift en Enter maakt een notitie.
- FinnGekozen
Hij was de enige die op een bankje zat.
Hij was verder naar boven dan Lotte.
- Lotte
Zij was in het materiaalhok.
Zij was in dezelfde kamer als Noah.
Zij was verder naar boven dan Sara.
- Amir
Hij was verder naar beneden dan de gymleraar.
- Julia
Zij was met Sara in de gymzaal.
- Mees
Hij was naast een bankje.
Hij was in de onderste rij.
Hij zat niet op een bankje.
- Sara
Zij was in de gymzaal, naast een bankje.
- Noah
Hij was in de kolom helemaal rechts.
Hij was niet naast een bal.
- de gymleraar
Het slachtoffer. Die lag op het laatste vakje dat overblijft, in dezelfde kamer als de dader.
Goed om te weten
- Naast: op een van de vier vakjes direct boven, onder, links of rechts, in dezelfde kamer. Schuin telt niet, en door een muur heen ook niet. Een raam of deur in de muur van je vakje staat naast je.
- Verder naar boven dan iemand: in een hogere rij, in welke kolom dan ook. Net zo voor naar beneden, naar links en naar rechts.
- De enige op een stoel (of bank, bed, kleed): verder staat of zit niemand op zo’n plek, in geen enkele kamer.
Zet eerst iedereen neer, ook het slachtoffer.